Stichting Gecoördineerd Ouderenwerk
Monnickendam

Ruim 50 vrijwilligers/sters zijn actief binnen de SGOM.
Zij geven hun tijd en energie om allerlei activiteiten voor ouderen te organiseren,
zoals de spel- en handenarbeidmiddag op donderdag en de koersbal op vrijdagochtend.
Verder is er een feestmiddag op Koninginnedag, 5 mei en ontbreekt een Sinterklaasmiddag natuurlijk ook niet.

Elk jaar wordt er in de zomermaanden een vakantieweek georganiseerd.
Daarnaast is er de maandelijkse koffieochtend voor de bewoners van de Hermanus Reyntjeslaan, de Seniorenrolstoel-vierdaagse, het bezoeken van en wandelen met ouderen, hand- en spandiensten verlenen in Swaensborch.

Het zijn allemaal activiteiten die zonder de inzet van al die vrijwilligers niet mogelijk zijn.
Om de onderlinge contacten te verstevigen, komen we een paar keer per jaar met alle vrijwilligers bij elkaar.
In december is er een bijeenkomst met alle vrijwilligers die in Swaensborch behulpzaam zijn. En in januari organiseert het bestuur een nieuwjaarsborrel met aansluitend een wintermaaltijd.

Natuurlijk zijn nieuwe vrijwilligers welkom.
Als het u leuk lijkt om mee te komen helpen bij diverse activiteiten, kom dan eens langs om te kijken of meldt u aan bij het secretariaat.

De vrijwilliger

Zijn er wel vrijwilligers die deugen?
Als ze vriendelijk en aardig zijn, noemen we ze “doetjes”
Als ze keihard en zakelijk zijn, heten ze “dictators”
Als ze ernstig zijn, zijn het “zuurpruimen”
Als ze hard werken, zijn het “uitslovers”
Als ze weinig uitvoeren, zijn ze “waardeloos”
Als ze jong zijn, hebben ze weinig ervaring en “weten ze van niets”
Als ze oud zijn, “weten ze het altijd beter”
Als ze met iedereen een praatje maken, zijn het “Kletsmeiers”
Als ze niet praten, zijn ze “verwaand en lopen naast hun schoenen”
Als ze trachten met iedereen op te schieten, zijn het “zachte eitjes”
Als ze zich slechts met een bepaalde groep bemoeien, doen ze aan “vriendjespolitiek”
Als ze aan iedereen hun inbreng gunnen, zijn het “doordrijvers”
Als ze dit niet doen, zijn ze “ongeschikte vrijwilligers”
Als ze wat door de vingers zien, zijn ze “stekeblind”
Als ze anderen in hun werk trachten te betrekken, zijn ze “te lui om het zelf te doen”
Als ze dit niet doen, zijn ze “baantjesjagers”

Kortom:
Een goede vrijwilliger moet zijn:
Zo wijs als Salomo
Zo geduldig als Job
Zo sluw als een vos,
Zo machtig als een leeuw,
Zo buigzaam als een riet,
Zo krachtig als een eik,
Zo gevoelig als een kruidje-roer-me-niet,
Zo dikhuidig als een olifant.
Bovendien moet hij/zij:
Kunnen praten als Brugman
Kunnen zwijgen als het graf,
En vooral kunnen werken als een paard.